TRANSATLANTIC LANDSCAPES

Pieter Bergé over de speciale editie 2020

Zo vertrouwd als we zijn met de popmuziek uit de VS, zo weinig weten we meestal over de Amerikaanse klassieke muziek van de 20e eeuw. We kennen natuurlijk Rhapsody in Blue, West Side Story, en misschien wat Hollywood-‘tunes’. Maar veel verder reikt onze kennis, en vooral onze horizon niet. Sterker nog, de paradepaardjes worden steeds weer van stal gehaald waardoor ze die horizon alleen maar meer betonneren. Daar wil Festival 20·21 dit jaar wat aan doen, in de allereerste plaats omdat steengoede muziek gespeeld en gehoord moet worden, zeker als ze nog te weinig gekend is!

Met de Amerikaanse presidentsverkiezing voor de deur is het sowieso een goed moment om het vizier op de Verenigde Staten te richten. Jammer genoeg is het Europese beeld van Amerika de voorbije jaren danig vertroebeld geraakt door de afmattende egomanie en barre great-again-retoriek van de plaatselijke leider. Maar dat mag ons er niet van weerhouden om via de cultuur de banden met de VS juist aan te halen. Tegen navelstaarderij is enkel breeddenkendheid opgewassen, tegen de leegte van het woord enkel de volheid van geest, tegen polarisatiedrift enkel het doorleefde bewustzijn van de verbindende kracht van diepgang.

In dat verlangen naar verbinding moeten we als Europeanen overigens wel een ootmoedig mea culpa durven slaan. Als het over klassieke muziek gaat, worden we al te snel eurocentristen. Zelfs Engeland wordt door vastelanders al vaak afgedaan als een ‘land zonder muziek’; wat moet het dan niet zijn met Amerika? Maar het vooroordeel is zo fout als de Atlantische Oceaan diep is. De Amerikaanse klassieke muziek is weliswaar pas laat ontkiemd, maar wat ze sindsdien heeft voortgebracht is weergaloos. En vaak ook ontnuchterend voor iedereen die vastzit in de dwanggedachte dat muzikale vooruitgang per definitie Europees is. Het is gewoon niet waar, en het is goed van dat te weten.

Meer dan ooit wordt Festival 20·21 dus een ontdekkingstocht. Amerika staat centraal, maar ook de rijke muzikale interacties tussen de VS en Europa, waarin – noodlottig genoeg – de twee wereldoorlogen een hoofdrol speelden. Bijna alle werken die in deze editie aan bod komen zijn geschreven door Amerikanen of door Europeanen die naar de VS geëmigreerd zijn (en er vaak ‘Amerikaan’ geworden zijn). Als zodanig is het festival zeker ook een ode aan de kruisbestuiving, in de stille hoop dat wederzijdse bevruchting meer en meer het regulerend principe van deze wereld mag worden.

Qua format is van de nood een deugd gemaakt. De permanente financiële ademnood waarin culturele organisaties verkeren maakt het soms lastig om voluit de kaart van de intimiteit te trekken. Maar de nieuwe orde leert ons dat het echt wel kán, zij het dan met voorschriften. Vijf weken lang nodigen we je daarom uit op onze ‘moderne Schubertiades’, in gedeelde nieuwsgierigheid. Ieder concert duurt één tot anderhalf uur, inclusief een korte toelichting bij de achterliggende idee van het programma. Voor de gelegenheid hebben we een vaste concertlocatie: de sfeervolle kapel van het Hollands College. Waar wenselijk wijken we uit naar de vertrouwde ruimtes van het STUK en naar de Schouwburg.

Negen verschillende programma’s (‘Stars’) en zes omkaderende evenementen (‘Stripes’) wachten je op om een of meerdere ‘transatlantic landscapes’ te (her)ontdekken. Een permanente gids daarbij is componist Charles Ives, of alvast de Ivesiaanse spirit. Ives geldt niet alleen als de vader van de Amerikaanse muziek, maar is er eigenlijk ook de incarnatie van. De Ives-citaten in deze brochure volstaan allicht al om gefascineerd te raken door deze vrijdenker van de eerste orde. Of het nu gaat over muziek, filosofie of politiek, voor hem bestonden er geen heilige huisjes. Niet dat hij een relschopper of gewelddadige anarchist was, integendeel. Hij wilde gewoon niet gehinderd worden in zijn denken. Het leverde een onwaarschijnlijk tegendraads oeuvre op dat de toon zette voor een lange rij (half of helemaal vergeten) Amerikaanse componisten in de 20e eeuw. In de geest van Ives trekken we die kunstenaars nu tegemoet: vrank, vrij en zonder vooroordelen, en in de volle overtuiging dat we zo alvast wat beton van de horizon kunnen schrapen.

Te veel lezers laten zich leiden door de krantenkoppen, partijbonzen vertroebelen de feiten, zodat een flink aantal kiezers stemde zoals opa altijd al gedaan had; velen dachten dat het terugzetten van de klok de gewoonste zaak van de wereld was. “Het regent, laten we de weerman eruit gooien. Trap hem eruit! Trap hem eruit, trap hem!” – “O Leider, mijn leider! Een erfenis hebben wij weggegooid. Maar wij zullen haar terugvinden, mijn Leider, Leider, o mijn Leider.” – Charles Ives (Nov. 2, 1920 Een verkiezing)

LEVENDE MUZIEK VERDIENT EEN LIVE ERVARING

Maarten Beirens over de speciale Transit editie 2020

In Cascade van Maarten Buyl gaat een sopraan – Naomi Beeldens – live in dialoog met klanken die bij elkaar zijn gepuzzeld uit opgenomen fragmenten van haar eigen stem waarmee op hun beurt andere klanken worden nagebouwd. Het is niet enkel een werk dat dit jaar op Transit staat, maar ook één van de vele voorbeelden van de recente tendens waarbij componisten de grenzen tussen het reële en het virtuele aftasten. Uiteraard helpt technologie daar een handje bij en is het ook onze dagdagelijkse omgang met technologie (denk aan sociale media) die toont hoe virtuele connecties steeds meer verstrengeld raken met het ‘echte’ leven. 

En toch. 

De jongste maanden werden we allemaal gedwongen om onze fysieke contacten ‘on hold’ te zetten en werd digitale communicatie, van skype-aperitief tot online onderwijs zowat het enige contact dat nog mogelijk was. De cultuurwereld, voluntaristisch als altijd, reageerde snel met live streaming, gratis opengestelde archiefopnames en zoveel meer. De nood aan cultureel contact was reëel. Het online antwoord bood troost, maar legde ook een gemis bloot. Ontdaan van de prikkelende intensiteit van de live ervaring, blijft muziek afstandelijk. Nergens voel je dat sterker dan bij de nieuwste muziek. We zijn dan ook blij en opgelucht om – mits enkele onvermijdelijke aanpassingen – toch een live festival te kunnen aanbieden: het echte Transit-gevoel mét nieuwe en originele klanken, de wereldcreaties, de premièrekoorts en desnoods zelfs de frustratie van een gesprongen cellosnaar. Levende muziek verdient een live ervaring. 

Maarten Beirens, artistieke leiding

Historiek

Het Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant is een afdeling van vzw Samenwerkende vereniging Festival van Vlaanderen. Deze afdeling werd opgericht in 1995 onder impuls van de nieuwe provincie Vlaams-Brabant, de stad Leuven, de KU Leuven en enkele bedrijven.


Profiel 1995 - 2005

De eerste jaren staat in Leuven zowel polyfonie, 20ste-eeuwse als klassiek-romantische muziek op het programma. Deze keuze was gemotiveerd door de intentie om kwaliteitsvolle muziek uit de marge (polyfonie en 20ste eeuw) een prominentere plaats te geven. In 2000 start TRANSIT, een festival voor hedendaagse muziek. In Vlaams-Brabant krijgen de klassieke concerten een gemengd programma geïnspireerd op het programma in Leuven.


Profielwijziging 2006

In 2006 worden drastische artistieke keuzes gemaakt. De concerten in Leuven focussen voortaan op de muziek uit de 20ste eeuw/NOVECENTO én de 21ste eeuw/TRANSIT.


Nieuwe naam 2015 


Het Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant krijgt een nieuwe naam ‘Festival 20·21’. De focus blijft gericht op de onuitputtelijke muziekbronnen van de 20e (Novecento) en 21e eeuw (Transit).


Meer dan ooit Festival 20·21
Vanaf 2018 heet het festival gewoon Festival 20·21 – een festival dat het repertoire van het nabije verleden centraal plaatst en tegelijk onbevreesd vooruitkijkt naar wat de muzikale toekomst brengt. Transit, het creatiefestival voor nieuwe muziek, blijft daarbij wel een heel bijzondere rol spelen.

Festival 20·21 is lid van: 

Subsidiënten en sponsors