"Er zit altijd ruis op de lijn" Stefan Prins over Cyborg Flesh
In 2024 voltooide de Belgische componist Stefan Prins zijn compositie Cyborg Flesh voor de vijftigste verjaardag van het Arditti Quartet, het Britse ensemble dat de voorbije decennia een hoofdrol speelde in de ontwikkeling van het hedendaagse strijkkwartet. De oorspronkelijke première, gepland voor november 2024, moest een jaar worden uitgesteld toen de cellist van het Arditti Quartet zijn arm brak. Uiteindelijk ging Cyborg Flesh in 2025 in première. In oktober 2026 speelt Arditti de Belgische première tijdens Transit in Leuven! Hier wordt het gecombineerd met EZOV van Chaya Czernowin, ook geschreven voor de verjaardag van het strijkkwartet.
Interview met Stefan Prins
Stefan, hoe kwam deze samenwerking tot stand?
We liepen elkaar de voorbije jaren regelmatig tegen het lijf in het internationale concertcircuit. Enkele jaren geleden waren zij te gast in Darmstadt (op de zomercursus voor nieuwe muziek, red.) waar ik toen ook lesgaf; en tussen een pasta en espresso in vroeg Irvine (Arditti, oprichter van het strijkkwartet, red.) me of ik een stuk wilde schrijven voor hun vijftigste verjaardag. Hij zei dat ze voor die gelegenheid zes componisten nieuwe werken wilden laten schrijven, waaronder enkele componisten waar ze nog nooit mee hadden gewerkt, zoals ik.
Ze vroegen jou voor een strijkkwartet, maar uiteindelijk is het een strijkkwartet plus elektrische gitaar plus elektronica geworden.
Inderdaad. Irvine overviel me wat met die vraag, en ik had even bedenktijd gevraagd, omdat ik het medium van een strijkkwartet helemaal niet zo evident vind. Mijn fantasie geraakte niet meteen oververhit. Je haalt onmiddellijk zoveel geschiedenis binnen met dat medium, het heeft zo’n sterk aura, zo’n sterke “klank”, er is al zoveel mee verteld. Wellicht duurde mijn bedenktijd wat te lang voor Irvine, want enkele weken later kreeg ik van hem een mail waarin hij vroeg wat ik ervan vond om er ook elektrische gitaar bij te betrekken, en dan specifiek Yaron Deutsch (een Israëlische gitarist gespecialiseerd in hedendaagse muziek en improvisatie, red.). Met Yaron heb ik al sinds 2009 in veel, uiteenlopende projecten samengewerkt, gaande van vrije improvisatie tot mijn elektrische gitaarconcerto. Toen Irvine dit suggereerde, kon ik me er wel meteen iets bij voorstellen. Uiteindelijk stelde ik voor om zelf ook mee te spelen, en zo een laag geïmproviseerde elektronica toe te toevoegen aan het geheel. Dat gaf me de mogelijkheid om het werk nog een stap verder weg te duwen van het klassieke strijkkwartet, en dichter naar mijn persoonlijke muzikale fantasie.
In Cyborg Flesh wilde ik een hybride vorm creëren tussen organisch en technologisch, net zoals bij een cyborg. Het strijkkwartet, met die prachtige houten achttiende-eeuwse instrumenten, staat voor het analoge, historische, organische. Mijn digitale instrument is daarentegen het andere uiterste: hedendaagse technologie. De elektrische gitaar ligt daar tussenin. Zo kon ik een continuüm creëren van volledig analoog/organisch tot digitaal, waarbinnen ik me dan als componist kon bewegen. Een andere reden waarom ik zelf wilde meespelen, is omdat ik dan met temporaliteit kan spelen. Ik dacht dat het interessant zou zijn om een geïmproviseerde laag te hebben die alleen maar in het nu bestaat en die live commentaar kan geven op de partituur. Ze zwemt als een soort tegenstem tussen de andere stemmen door.
Het feit dat je besliste om zelf me te spelen, heeft dat een grote invloed op het compositieproces?
Omdat mijn partij geïmproviseerd is, wist ik dat ik daardoor ook een “vangnet” had, en de muziek minstens gedeeltelijk kon bijsturen indien nodig. Maar er zijn ook lange delen waarin ik niet meespeel. Het is trouwens een lang stuk: bijna een uur met zes muzikanten. Op zo’n schaal, met zo’n klein ensemble, en in één doorlopend muzikaal “narratief” had ik nog nooit voordien gewerkt. Erg spannend en echt een uitdaging!
Ben je de enige die improviseert?
‘Jaein’, zoals ze in het Duits zeggen. Op een bepaald moment improviseert Yaron samen met mij.
Je hebt gewerkt met een niet zo standaard bezetting. Hoe verhouden die verschillende instrumenten zich tegenover elkaar?
Ik wou echt dat alle partijen één groot organisme vormden. Niet het ene instrument tegenover het andere, maar echt één geheel, ook klankmatig. De strijkers zijn daarom ook zwaar geprepareerd ze hebben verschillende objecten op of tussen hun snaren die de klank dichter bij de elektronica en elektrische gitaar brengt, en verder van het klassieke strijkkwartet. De cello heeft bijvoorbeeld een bierblikje tussen twee snaren. Ja, je bent Belg of je bent het niet, hè. Die preparaties geven het geheel ook iets posthumaan, en cyborgiaans.
Tijdens het concert op Transit klinkt naast Cyborg Flesh ook EZOV van Chaya Czernowin. Je hebt bij haar gedoctoreerd in Harvard. Wat betekent dat voor jou, dat jullie stukken nu naast elkaar geplaatst worden?
Chaya is een van mijn grote heldinnen. Ik heb veel aan haar te danken. Mijn tijd aan Harvard was onwaarschijnlijk belangrijk voor me, als mens en als componist, en Chaya heeft daar een cruciale rol gespeeld. Ik ben heel gelukkig dat we intussen niet enkel collega’s zijn, maar ook heel goede vrienden. Ik vind het dus heel bijzonder om in dit concert ook muzikaal verbonden te worden.
Wat kan een publiek dat nog niet supervertrouwd is met jouw muziek van Cyborg Flesh verwachten?
Het liefst verwacht het publiek helemaal niets, enkel dat het de kans zal krijgen zich door een zeer gevarieerd muzikaal landschap te bewegen, met wisselende perspectieven, en tijdservaringen. Misschien vind je plots een ongelooflijke schoonheid in de metaforische berg achtergelaten schroot die achter een gigantische berg verscholen is. Of merk je dat de steeds-aanwezige ruis op de lijn eigenlijk fascinerender is dan het gevoerde gesprek. Misschien raak je af en toe je oriëntatie kwijt. Dat is ook helemaal prima. Het geeft je de gelegenheid actief je “antennes” bij te stellen, op zoek naar herkenningspunten of richting. Ik wil graag de luisteraar die kans geven om actief te luisteren. We consumeren dagelijks al zo veel op een passieve manier. Zo vaak worden we behandeld als niets meer dan een te manipuleren ontvanger. Dat holt ons uit als zelfbewuste, gevoelige, unieke persoon. Daar wil ik graag tegen ingaan.
Verder is het werk ook een liefdevolle ode aan het Arditti Quartet, dat toch echt ongelooflijke muziekgeschiedenis heeft geschreven. Elke muzikant krijgt een uitgebreide solo, al dan niet met elektronica.
In welke muzikale traditie zou je jezelf plaatsen dan?
Ik zou mijn muziek sowieso in de traditie van de klassieke muziek plaatsen, maar ik ben ook erg beïnvloed, door improvisatiemuziek, noise-muziek, elektronica, en natuurlijk ook andere kunstvormen (dans, theater, beeldende kunsten, …) … Ik groeide op met – en houd nog steeds onnoemelijk veel van Bach, Beethoven, Brahms, Debussy enzovoort. Die lijn loopt verder via Grisey, Ligeti, Ablinger, Czernowin, Saunders en honderden anderen. Ik plaats mijn muziek ook ergens op die (erg kromme) lijn.
Jouw stukken omvatten regelmatig een politieke boodschap, bijvoorbeeld inhabit_inhibit uit 2019-2021 gaat over de klimaatramp. Hoe zou je Cyborg Flesh positioneren ten opzichte van je andere werken? Is er hier een politieke boodschap in te vinden?
Ik zou zelf nooit zeggen dat mijn muziek “over” iets specifieks gaat. Uiteindelijk wil ik met mijn muziek een esthetische ervaring creëren die open genoeg is voor de luisteraar om daar verschillende interpretaties op te kunnen projecteren, en het op verschillende manieren te kunnen beleven.
Dat neemt echter niet weg dat de concrete aanleiding, of de conceptuele vertrekpunten vaak uit mijn dagdagelijkse ervaringswereld komen. In Generation Kill, dat wellicht het meest expliciete voorbeeld is, neem ik door het gebruik van gamecontrollers de “machinerie” van het hedendaagse oorlogsvoeren over, en hanteer die om een muzikaal verhaal te vertellen waarin die machinerie ook extra zichtbaar wordt – in dit geval specifiek drone-oorlogsvoering. In inhabit_inhibit, een groots opgezet spatiaal werk dat na de coronapandemie in première ging, liet ik me inspireren door ecofilosoof Timothy Morton, en heb ik het fenomeen van het “runaway-effect” ook muzikaal vertaald, door gebruik te maken van (akoestische) feedback. Maar het is geen muziek “over de zesde mass extinction”. Ik wil muziek creëren die verschillende associatievelden en ervaringswerelden opent. Ik wil niet met een hamer op tafel slaan en zeggen: “dit is de boodschap en dit is wat ik wil zeggen,” want ik denk dat je dan beter een pamflet schrijft. Ik wil met mijn muziek echt een ervaring creëren of de mogelijkheid geven om iets te ervaren, iets bijzonders, iets dat iets met jou doet, dat je hart aanspreekt, je lichaam, je oren, je ogen en je hoofd.
Wie Cyborg Flesh zelf wil ervaren, kan daarvoor terecht op vrijdag 23 oktober om 20:30 in het STUK in Leuven.
Het liefst verwacht het publiek helemaal niets, enkel dat het de kans zal krijgen zich door een zeer gevarieerd muzikaal landschap te bewegen, met wisselende perspectieven, en tijdservaringen.