E PLURIBUS UNUM?
Europa bevindt zich vandaag tussen twee vuren. In het Oosten is er de oorlog in Oekraïne die duidelijk maakt dat de geboorte van jonge democratieën niet zomaar door iedereen wordt getolereerd. In het Westen zijn er de evoluties in de Verenigde Staten, die op een onthutsende manier laten zien dat ook het voortbestaan van eeuwenoude democratieën niet verzekerd is. Waar de gruwel in Oekraïne intussen totaal is, maken de Amerikaanse ontwikkelingen ons vandaag vooral bewust van de fragiliteit van een schijnbaar gevestigde vrede. Dagelijks stellen we vast hoe kleine ontwrichtingen van wet en fatsoen de stabiliteit van een gemeenschap ondermijnen.
Ook de vrije kunsten blijven daarbij niet ongeschonden, met als symbolisch voorbeeld de (zelfs letterlijke) vertrumping van het Kennedy Center in Washington. Normaal gezien had daar deze zomer de creatie moeten plaatsvinden van de Vijftiende Symfonie van Philip Glass. Zijn werk is geïnspireerd op een beroemde speech van Abraham Lincoln, waarin die – lang voor hij president werd – waarschuwt voor ambitieuze leiders die, ter meerdere eer en glorie van zichzelf, bereid zijn om de democratie op te offeren. Hij pleit daarbij onder andere voor een onvoorwaardelijke eerbied voor de wet, omdat dat volgens hem de enige manier is om als gemeenschap vooruitgang te kunnen boeken. Glass trok zijn werk terug, kort nadat Trump een coup pleegde op het cultuurhuis en er meteen elke vorm van diversiteit of alternatief denken uit verbande.
Intussen werd overigens beslist om het Trump Kennedy Center tijdelijk te sluiten. De board vergaderde daarvoor zowaar in de East Wing van het Witte Huis, in een decor van Amerikaanse vlaggen en vaandels waarop in het groot te lezen staat: “e pluribus unum”, wat voor de gelegenheid misschien best vertaald kan worden als “van diversiteit naar eenheidsworst”. Een kwart miljard dollar is uitgetrokken om de witte tempel op te smukken tot een kunstenkuuroord naar Trumpiaans model: veel stenen, weinig geest.
Amerika is West-Europa niet, zeggen sommigen, en dat klopt. Maar het Amerika van vandaag is ook niet meer het Amerika van vijf jaar geleden. Sommigen vinden dat we van een mug geen olifant moeten maken, anderen waarschuwen dat we vooral niet moeten wachten tot de muggen zelf olifanten worden. In ieder geval moeten we – weliswaar zonder te verkrampen of doemdenkerig te worden – afleren om vrede als een evidentie te beschouwen. Daarbij heb ik het niet gewoon over vrede als de afwezigheid van oorlog, maar vooral over vrede als voedingsbodem voor de vrije ontplooiing van ieder individu.
Cultuurinstellingen spelen een cruciale rol bij het vrijwaren van een dergelijke vrede. Het zijn bij uitstek plaatsen waar de vrije expressie zich mag, kan en zelfs moet manifesteren; waar wringende visies, tegendraadse gedachten en ongemakkelijke confrontaties als evidente vormen van een humaan samenleven gelden, naast ervaringen van plezier, genot en eenvoudige verbinding.
In alle bescheidenheid is ook Festival 20·21 een instelling die die vrede bewaakt, en die er blijvend voor ijvert om die te handhaven. Symbolisch doen we dat dit jaar met een openingsconcert dat de oorlog aanklaagt en met een themadag die opgebouwd is rond de pacifistische componist Benjamin Britten. Maar net zo goed voeden we dat ideaal via onze andere concerten, thematisch of niet, gewoon door een veelheid aan stijlen, visies en opvattingen aan te reiken.
We staan voor een veelheid die vertrekt vanuit een gemeenschappelijk ideaal van vrede, vrijheid en verbinding: “ex uno plura!”, eigenlijk.
Cultuurinstellingen zijn bij uitstek plaatsen waar de vrije expressie zich mag, kan en zelfs moet manifesteren; waar wringende visies, tegendraadse gedachten en ongemakkelijke confrontaties als evidente vormen van een humaan samenleven gelden, naast ervaringen van plezier, genot en eenvoudige verbinding.