Ga verder naar de inhoud

SIGN O’ THE TIMES

31 mei 2026 · Maarten Beirens

Het is uiteraard een cliché dat muziek ons iets zou zeggen over de tijdsgeest waaruit zij is ontstaan. Want is muziek niet universeel en voor de eeuwigheid bestemd? Al valt er voor dat laatste wel iets te zeggen, toch is zelfs ‘tijdloze’ muziek (Bach?) onlosmakelijk gebonden aan tijd en plaats, qua stijl en compositietechniek en in het wereldbeeld dat eruit spreekt. Het is een prikkelende gedachte hoe we over enkele decennia (eeuwen?) zouden terugkijken naar het perspectief van 2026 zoals dat in het programma van Transit is terug te vinden.

We openen dit jaar met het recente Cyborg Flesh van Stefan Prins. Hij confronteert het culturele icoon dat het strijkkwartet is (vertolkt door al even iconische veteranen van de nieuwe muziek: het Arditti Quartet) met een noisy laag van elektronische vervreemding. De cyborg uit zijn titel verwijst naar het posthumane, een thema van vervreemding door het technologische en het artificiële dat in zijn muziek al lang speelt. En nu we met artificiële intelligentie aan de ene kant en oorlogvoerende drones aan de andere kant als mensheid onze menselijke natuur en zelfs onze morele overtuigingen met iets anders geconfronteerd zien, lijkt dat urgenter dan ooit.

In tijden waarin de menselijkheid gekneld zit tussen het bovenmenselijke van de technologie en het onmenselijke van het verdampen van morele autoriteit, kan muziek helpen om de connectie met onze eigen menselijkheid te bevragen én te herstellen. 

De muziek van nu, alvast die op Transit, hoeft dan ook geen expliciete politieke of maatschappelijke inhoud te hebben om iets van de geest van de tijd te vatten. De etherische sentimentaliteit van Thomas Meadowcroft’s Love Songs without Subjects, de collectieve ervaring waarin publiek, componisten en musici één organisch geheel vormen in COLLAB, de gevoelige reflectie op muzikale en persoonlijke relaties in Kris Defoorts Dedicatio, en zoveel andere werken die uitnodigen tot aandachtig luisteren en zo ook verinnerlijking mogelijk maken waarin we de connectie met onze menselijkheid kunnen beleven. 

Tegelijk is dit ook het ideale moment om samen met Simon Steen-Andersen opnieuw stil te staan bij het dadaïsme van Kurt Schwitters, een feest van de absurditeit, waaruit de donkere sfeer van het interbellum niet weg te denken viel. We kunnen ons afvragen, om het niet met Prins maar met Prince te zeggen, of dat nu een sign o’ the times zal blijken.

Het is een prikkelende gedachte hoe we over enkele decennia (eeuwen?) zouden terugkijken naar het perspectief van 2026 zoals dat in het programma van Transit is terug te vinden.

Maarten Beriens

Deel deze pagina